Beep, beep, beep, 4:00, de wekker gaat. Het is nog midden in de nacht als we ons klaar maken voor ons vertrek vanaf Luchthaven Zaventem. De hele reis naar Brussel regent het pijpenstelen en ik ben blij als we rond half tien opstijgen richting Genève. In Zwitserland is het stukken beter weer: tussen de wolken schijnt een lekker voorjaarszonnetje. Voor we aan boord kunnen worden we nog stevig ondervraagd door Amerikaanse beveilingsbeamten. Het is leuk om te zien hoe goed Lotte’s Engels al is! Nog acht en een half uur zitten en dan arriveren we in The Big Apple!
Op JFK Airport hebben we toch wel vijf kwartier nodig voor we door de paspoort controle zijn, al hadden we in tegenspraak tot alle vooroordelen van het personeel van het Homeland Security Department een alleraardigste beamte. Misschien helpt het ook als je als familie reist.
De taxirit naar het hotel is al een feest van herkenning. Onderweg komen we langs het tennis stadion van Flushing Meadows en ook het Citi Field Stadion waar Lotte en ik later deze week heen gaan. Daarna rijden we door Queens over de Robert F. Kennedy Bridge naar Manhattan. Overal zie je die bakstenen appartementengebouwen met hun typische Amerikaanse stalen brandtrappen. Als we de eerste keer 5th Avenue oprijden ziet het er toch minder glamoureus uit dan in de film, maar in het noorden van Manhattan is er dan ook veel minder hoogbouw dan in het zuiden.