Vandaag is het vroeg uit de veren, want we worden om zeven uur verwacht bij het Hefalump café waarvan we vertrekken naar Elephant Valley. Over dit project van de Brit Jack Highwood gaan op internet gemengde verhalen rond, maar onze indruk na deze dag was toch dat hij één van de meest zorgvuldige opvangprojecten voor Aziatische olifanten in de Mondulkiri provincie bestiert.

Ingang van het reservaat Ingang van het reservaat
We zijn met een groepje van tien: een Frans stel op sabbatical en net vijf maanden in Nieuw Zeeland geweest, twee schooljuffen uit Los Angeles, een dame uit San Francisco, een Zweedse student en wij. Lekker om een dag te kunnen socializen met andere travelers.

Cambodja heeft een lange traditie van het gebruiken van olifanten als levende tractor. In sommige dorpen waren er wel dertig families met een olifant. Veel van deze olifanten zijn overwerkt door het dragen van te zware lasten en ander misbruik. In de vallei leven elf olifanten, die Jack heeft overgenomen. De jongste is Pearl van vijfentwintig jaar en de oudste ongeveer zestig. Er is één mannetje in het gezelschap, maar die is nu bronstig en onvoorspelbaar agressief en daarom in een ander stuk van de vallei.

De dagelijkse wasbeurt De dagelijkse wasbeurt
We lopen naar beneden, waar een groepje van vier vrouwtjes net aan hun dagelijkse bad beginnen. Voor Floor heeft onze keuze voor de meest integere organisatie wel een nadeel. Sinds dit jaar mogen de toeristen namelijk niet meer helpen met wassen. Olifanten zijn enorme gewoontedieren en elke dag met andere toeristen in bad vinden ze niet prettig. Bovendien zijn er in Thailand wat vervelende voorvallen geweest, waardoor Jack heeft besloten dat alleen de vaste oppassers nog mogen helpen. Elke olifant heeft een eigen ‘bediende’, soms iemand van de familie van de oorspronkelijke eigenaars, anders iemand uit een lokaal dorp, die zo een behoorlijk salaris verdient.

Elephant Valley Project
Elephant Valley Project
Elephant Valley Project

We genieten we met volle teugen van het schouwspel. Wat so wie so ook prachtig is, is de wandeling door het regenwoud. Alle insecten maken een herrie van jewelste en het stikt er van de prachtige planten, bloemen en vlinders. We worden begeleid door John uit Ohio en een lokale gids. John is erg vol van de olifanten en praat aan één stuk. De lokale gids spreekt weinig Engels, maar weet wel alles van het oerwoud. Continue vindt hij beestjes of bijzondere planten, vooral eetbare planten. Nog niet zo lang geleden leefde de lokale bevolking vrijwel helemaal van de planten, vruchten en dieren die ze uit het oerwoud verzamelden. Nog steeds zie je mensen, nu alleen de armsten, met een mand op hun rug het bos in gaan om voedsel te verzamelen.

Na de lunch in het base camp gaan we nog bij de twee olifanten langs die het langst in het project zitten. Als we teruglopen laat de gids ook nog een natuurlijke bijenkorf zien en later vinden we er één die los is geraakt op de grond.

Honingraat van wilde bijen Honingraat van wilde bijen
De Cambodjanen halen ze ook zelf uit de boom voor de honing, maar zo’n twintig meter boven de grond lijkt me dat een hele toer. Al met al hebben we meer dan zes uur door het regenwoud lopen struinen. Terug bij het café WhatsApp bellen we nog snel even met Frits om hem met zijn verjaardag te feliciteren. De wifi in het hotel is zo slecht dat we daar kansloos zijn en mobiel bellen is met €2,50 per minuut ook niet voor de poes.

Iedereen is bekaf, dus na het eten is het vroeg stil.