Als we wakker worden is het weer nog niet opgeklaard en komt de regen nog met bakken uit de hemel. Gelukkig vertrekken we vandaag richting Battambang en laten we de nattigheid snel achter ons. Battambang is de hoofdstad van de gelijknamige provincie ten zuidwesten van Siem Riep. De charme van dit stadje ligt in het grote aantal oude gebouwen die nog uit de tijd van de Franse overheersing stammen.

Boeddha fabriek Boeddha fabriek
We overnachten een paar kilometer buiten het stadje in Battambang Resort, een collectie bungalows in een prachtige tropische tuin met een vijver vol Lotusbloemen en een heerlijk zwembad. Onderweg hiernaartoe bekijken we nog wat lokale bedrijvingheid: een beeldenfabriek (atelier kun je het niet noemen), waar je elke denkbare Hindoe god of Boeddha kunt krijgen en op bestelling ook een vijf meter hoog exemplaar (volgens Lonh kost zo’n knoepert rond de $10.000).

Verder moeten we natuurlijk ook nog langs een vismarkt. Deze keer bezoeken we er één waar ze vispassage maken en ook vis –voornamelijk Catfish– drogen. De stank is overweldigend (en de hygiëne niet bepaald). Later stoppen we ook nog bij één van de families in de buurt van Battambang die rijstvellen maken. Zeven jaar geleden hebben dat in Vietnam ook gezien, maar de kinderen konden zich daar niets meer van herinneren. De dame op de foto maakt er ongeveer duizend per dag!

Rijstvellen productie Rijstvellen productie

Voordat we naar Battambang Resort rijden brengen we eerst nog een bezoek aan wat misschien wel de enige tourist trap is in Cambodja: de Bamboo Train. Vlak ten zuiden van Battambang ligt namelijk een stuk enkel spoor dat door de lokale bevolking wordt gebruikt met bamboe treinstellen die worden aangedreven door een brommermotor. De lichtgewicht voertuigjes kunnen makkelijk worden gedemonteerd en van de rails getild. Een grappig gebruik op dit lijntje is de regel dat wanneer twee tegemoetkomende treinstellen elkaar willen passeren, het treinstel met de minste passagiers van de rails getild wordt.

Aan het eind van de middag komen we aan in Battambang Resort, waar een aantal appartementen in een tuin rond een prachtige vijver en een heerlijk zwembad liggen. Na een frisse duik brengt een shuttlebusje ons naar het centrum. Hier vind je nog een groot aantal huizen uit de Franse tijd en het stadje ademt dan ook een mix van vertrouwd westers en exotisch oosters uit. We eten bij ‘The Kitchen’, een restaurant op Street 1, de boulevard langs de rivier. Het is er druk en aan het interieur te zien zijn ze nog niet heel lang open. Dat blijkt ook uit de bediening. Hoewel ze erg hun best doen, is het een chaos. Lotte krijgt haar eten pas als Margot dat van haar al op heeft. De culinaire prestaties verdienen ook niet de hoofdprijs. Alles bij elkaar geen echte aanrader.

27 juli

Battambang Resort Battambang Resort
Vrije dag vandaag. Geen tempels op het programma en ook geen vismarkt. De kids willen de hele dag in het zwembad hangen. Ik pak na het ontbijt een fiets en rij langs de rivier naar Battambang. We hebben nog een tas met was en het hotel rekent $2.5 per kilo. Bij de lokale wasserij ben ik maar $2 kwijt voor de hele tas. Kan ik de rest mooi spenderen aan een goeie cappuccino!

Volgens de Lonely Planet is ‘the best coffee in Town’ te krijgen bij Kinyei Café op 1½ Street. Onder het genot van twee prima cappuccino’s lees ik heerlijk de digitale editie van de NRC voor ik weer op mijn fietsje naar het hotel peddel.

De middag gaat snel voorbij met het bijwerken van het reisverslag. De WiFi is zowaar acceptabel, dus ik weet weer een nieuwe blog post online te krijgen. We zitten al in Phnom Penh! Erg opschieten doet het dus nog niet en de meeste verhalen zullen pas weer in NL op de site verschijnen.

’s-Avonds worden de tafels voor het diner opgesteld in de tuin langs het zwembad. Dit mooie decor nodigt uit voor een borrel. Ik ga me te buiten aan een Caipirinha. Ze hebben zelfs borrelhappen. Ik zou het hier nog wel wat langer volhouden, maar morgen vertrekken we alweer richting Koh Kong.